Johannes Meester naam van vader Johannes is Petrus en naam van moeder is Eva.

Aafje Deen naam van Vader Cornelis en naam van moeder is Jantje.

1. Oudste dochter is Eva vernoemd naar Oma van vaderskant.

2. Oudste zoon is Cornelis vernoemd naar Opa van moederskant.

3. Zoon Petrus vernoemd naar Opa van vaders kant.

4. Zoon Antonius vernoemd naar oom Antonius overleden op 10 jarige leeftijd in 1910.

5. Zoon Johannes Simon Petrus vernoemd naar  Vader Johannes en broer van vader Simon Petrus (Kloosterling)

6. zoon Theodorus vernoemd naar Theodorus oudste broer van Johannes.

7. Dochter Johanna vernoemd naar Oma van moeders kant.

 

Het vernoemen van kinderen in West Friesland

1. Oudste zoon naar Opa van vaders kant.

2. Tweede zoon naar Opa van moeders kant.

3. Oudste dochter naar Oma van moeders kant.

4. Tweede dochter naar Oma van vaders kant.

(regels drie en vier worden weleens gewisseld)

5. De volgende zoons en dochters worden meestal naar belangrijke andere familieleden genoemd , zoals ooms of tantes die in het klooster waren getreden.

6. De jongste kinderen zijn vaak naar de ouders zelf genoemd of naar de beschermheilige van de parochie.

7. Bij het overlijden van een kind wordt het volgende kind van het zelfde geslacht weer zo genoemd.

8. Het eerste kind uit een tweede huwelijk wordt vaak naar de eerste partner van de ouder genoemd geslacht van het kind doet er dan niet toe.

1 en 2 resp. 3 en 4 werden omgedraaid als vader of moeder van de andere kant al was overleden.

In de kop van Noord-Holland werd een kind wel eens naar zijn grootvader genoemd maar dan inclusief de achternaam.

Zo komen er af en toe wel eens twee broers voor waarvan de ene de familienaam van de vader heeft, en de andere van de moeder.

 

Vernoemen: hoe hoort dat eigenlijk?

Vroeger was het leven zo simpel. Je hoefde niet eindeloos op zoek naar die ene perfecte kindernaam, je vernoemde je kinderen gewoon in een vaste volgorde naar familieleden. Deed je dat niet, dan kon je ruzie krijgen.

Vroeger werd er standaard vernoemd. De pasgeborene kreeg een of meerdere namen die al veelvuldig in de familie voorkwamen. Het vernoemen van kinderen gebeurde via een strak schema, met hier en daar een kleine uitzondering. Deze uitzonderingen kwamen dan vaak door het overlijden van familieleden, of door het geloof. Zo zal er bij de katholieken vaak naast de vernoemingen naar familieleden ook de vernoeming naar een heilige plaatsvinden.

Maar hoe werkten die oude vernoemingsregels precies? En hoe zouden jóuw kinderen heten als je je er keurig aan zou houden?

Vernoemingsrijtje

Die vaste volgorde zag er in de meeste regio’s zo uit: eerst werden de vier grootouders van de kinderen vernoemd, dan de ooms en tantes. Als bij een heel kinderrijk gezin de familieleden op waren, vernoemden ouders zichzelf of werkten ze het vernoemingsrijtje gewoon opnieuw af, met als gevolg dat meerdere kinderen dezelfde naam kregen.

Nu iets meer in detail:

Opa en oma

Overal in Nederland werd het eerste kind als het een jongen was vernoemd naar zijn opa van vaderskant. Was het eerste kind een meisje, dan kreeg ze in sommige regio’s de naam van haar oma van moederskant, maar in andere ging ook bij een meisje de vaderskant voor.

Het derde en vierde kind kregen de namen van de overgebleven grootouders. De twee families waren om en om aan de beurt, dus als het tweede kind was vernoemd naar de moederskant werd nu de vaderskant vernoemd.

Natuurlijk kwam het vaak met de geslachten niet uit, maar dan werd de naam gewoon omgebouwd: opa Piet kreeg een kleindochter Pietje of oma Elisabeth een kleinzoon Elisabertus.

En heetten allebei de opa’s Cornelis, dan was het in sommige streken heel gewoon dat je ook twéé zoons Cornelis noemde. Anders was een van de opa’s beledigd. De roepnamen werden dan Jongekees en Oudekees, of Cor en Nelis.

Ooms en tantes

In sommige regio’s, zoals Gelderland, vernoemden ouders hun vijfde en zesde kind naar zichzelf, maar meestal waren de ooms en tantes van de kinderen aan de beurt. In streken waar de vaderskant altijd voor ging werden eerst de broers en zussen van de vader vernoemd, in de rest van het land eerst die van de moeder.

Er bestond hier wel meer vrijheid dan bij het vernoemen van de grootouders. Je kon best je vervelende schoonzus overslaan of je rijke broer voortrekken, in de hoop dat hij zijn naamgenootje in zijn testament niet zou vergeten. Want vernoemen schiep verplichtingen. Je werd geacht extra op je naamgenootjes te letten. Sommige grootouders trokken hun naamgenoten zelfs schaamteloos voor op hun andere kleinkinderen.

Dood gaat voor levend

Er bestond één belangrijke uitzondering op de vaste volgorde van vernoemen: dood gaat voor levend. Overleden familieleden werden eerst vernoemd, ook als de andere kant van de familie eigenlijk recht had op een naamgenoot.

Twee minder vaak voorkomende uitzonderingen hadden ook met de dood te maken. Overleed een vader voor de geboorte van zijn kind, dan werd het naar hem vernoemd. Hetzelfde gebeurde met een moeder die in het kraambed stierf. En hertrouwde een weduwnaar, dan was het heel gewoon dat hij het eerste kind bij zijn nieuwe vrouw vernoemde naar zijn overleden eerste echtgenote.

Buitenechtelijke kinderen

Vaak werden buitenechtelijke kinderen naar de ouders van de moeder vernoemd. Wanneer echter de vader van het kind toch met de moeder wilde trouwen werden de normale vernoemingsregels in acht genomen. De zoon werd dan naar de vader van de vader vernoemd.

Wanneer de moeder rancune had tegen de vader, bijvoorbeeld wanneer de vader niet met haar wilde trouwen, werd de zoon naar de vader vernoemd. In onze ogen klinkt het vernoemen in dit geval als wraakactie, maar vergeet niet dat in die tijd het voor een vrouw met een buitenechtelijk kind het bijna onmogelijk was om een goede huwelijkspartner te vinden. Door het vernoemen van het kind naar de vader werd de vader min of meer gedwongen om het kind te erkennen als zijn kind.

Strakke regels van vernoeming

Tot ongeveer de Tweede Wereldoorlog werden strakke vernoemingen gedaan. De eerste zoon werd vernoemd naar de vader van de vader, de eerste dochter naar de moeder van de moeder. Daarna kwamen de oudste broers en zusters van de ouders van de baby. Dus:

  • 1e zoon → Vader van vader
  • 2e zoon → Vader van moeder
  • 3e zoon → Oudste broer van vader
  • 4e zoon → Oudste broer van moeder
  • 5e zoon → 2e broer van vader
  • 6e zoon → 2e broer van moeder

enzovoorts

  • 1e dochter → Moeder van moeder
  • 2e dochter → Moeder van vader
  • 3e dochter → Oudste zus van moeder
  • 4e dochter → Oudste zus van vader
  • 5e dochter → 2e zus van moeder
  • 6e dochter → 2e zus van vader

enzovoorts

Hoe zouden jouw kinderen heten?

Het is leuk te bedenken hoe je eigen kinderen zouden heten als je ze volgens de oude regels zou vernoemen.